Jaarverslag 1990

Geachte aanwezigen- Dit jaar mag Ik voor het eerst het genoegen smaken u te verslaan wat de stam het afgelopen jaar weer allemaal op haar geweten heeft gebracht. Voordat ik mij van mijn taak ga kwijten moet ik echter nog even twee mededelingen doen. Ten eerste ben ik dank verschuldigd aan de heren Erik Post en Lamert Aling. Zij waren namelijk zo attent om hun verslagen van voorgaande jaren in het logboek achter te laten.
Daarmee hebben ze mij de gelegenheid gegeven om her en der een zinsnede over te nemen, zodat het spreekwoordelijke moeilijke begin nu voor mij iets minder moeilijk is geworden. Ten tweede moet ik u allen een bekentenis doen. Het heeft te maken met het logboek, en zij die wat het bezoek van het Nieuwjaarsdiner betreft al een historie hebben, voelen hem al aankomen, naar ik aanneem. Ook dit jaar is het ons traditiegetrouw weer niet gelukt om alle evenementen plichtsgetrouw in de annalen te vermelden. Sommige mensen bleken zo’n sterke band te hebben met het reilen en zeilen der stam, dat zij niet scheiden konden van het verslag van deze watersportmanoeuvres en het logboek daarom stiekum thuishielden. Her en der zal het ver- slag de waarheid dan ook slechts benaderen, dus wie zinnige aanvullingen kan doen moet zich niet stilhouden, het interrumperen van de spreker zal met de desbetreffende persoon later wel verrekend worden. Welnu dan! Natuurlijk begonnen wij het afgelopen jaar met de voorganger van de aktiviteit waarmee wij allen ons op dit moment ook weer bezighouden: het Nieuwjaarsdiner. Mij staat nog helder voor de geest dat ik me tijdens het eten niet verveeld heb, en velen met mij hielden zich zeer gemotiveerd met de etenswaar bezig. Daarna diende de Nachthike zich aan, zo medio februari. Vier busjes vol met in totaal bijna veertig deelnemers werden de koude Drentse rimboe ingestuurd nabij een plek die de Meeuwenplas genoemd wordt. Op dat moment was er echter geen meeuw te bekennen die het lef had om ook maar een teen in het water te steken. Onze optimistische deelnemers begonnen tot hun grote vreugde meteen maar met een trappersbaan, die bovendien wel de eerste maar niet de laatste bleek te zijn. Lammert had erg veel moeite de portofoon van Gradje te ontvangen. Een en ander kwam doordat Gradjes autoradio een loeihard krioeikgeluid voortbracht zodat het leek alsof de hele verbinding hevig gestoord was. Het euvel bleek tot Lammerts verbazing net zo plotseling te verdwijnen als het begonnen was. De deelnemers hadden niet zoveel moeite met de route, het was alleen even nodig een andere stam uit Assen weer op het goede spoor te zetten. De heren hadden dit verloren na een plotselinge ontmoeting met cafe Popken in Ekehaar. Na enig geredeneer wisten wij ze er toch van te overtuigen dat ze de verkeerde kant opgingen, maar toch moest een van de heren al zittende in Jans autoportier nog even polshoogte nemen.

Goed tot zover de nachthike, laat ons verderop in het jaar kijken, dan zien we dat de Anthonen het plan hadden opgevat om zich op de lange latten te begeven in het Belgische. Als mijn schatting klopt gingen er zo’n twaalf mensen mee, doch echter niet naar de sneeuw, want die wisten de Belgen niet te bemachtigen daar het reeds maart was en het gat in de ozonlaag ons vruchten afwerpt. Dientengevolge was het te warm voor de gewenste poedervormige neerslag. Als alternatief ging men echter een dagje naar Brussel, alwaar ontdekt werd dat de Zuiderburen de kunst van het brouwen ook goed, zo niet beter beheersen en dat het bij tijd en wijle moeilijk in belgenland vertoeven is als ge geen frans spreekt. Ook vonden wij uit dat de Belgen hun winkels gelijk wij dat gewend zijn ook op zondag sluiten. Het was wel lekker warm daar. Laten wij ons echter chronologisch voorwaarts op de rug van Vadertje Tijd om daar dan de HIT tegen te komen.

Ondanks het soms wat twijfelachtige weer toch een geslaagd evenement. Bovendien heeft de AVD naar verluidt het plan opgevat om de organisatie van de HIT dusdanig te infiltreren dat wij een meerderheidsbelang krijgen, zodat er enige privileges afgedwongen kunnen worden. Daarom ging wij op HIT met zes medewerkers en zeven organisatieleden. Over de af te dwingen privileges moet echter nog intern geviadukt worden, maar wilde speculaties doen reeds de ronde. Maar goed, genoeg koffiedik-gekeken nu, laten we ons bepalen tot het verleden. Enige wapenfeiten moeten toch even vermeld worden. Zo joegen wij bijvoorbeeld een boswachter over de rooie in een gecombineerde aktie met de Chauken. U moet even het volgende weten: normalerwijs zorgt de organisatie ervoor dat als er posten in een natuurgebied opgebouwd moeten worden er een vergunning is. Zo ook in dit geval, maar… toen we bezig waren een post af te breken in zo’n gebied, met een busje voor het materiaalvervoer, kwam Ko de boswachter even langsgestuiterd en vroeg belangstellend of wij wisten dat autoverkeer daar verboden was. Dat wisten we. Toen hij ontdekte dat alle material daar ook al met een busje gebracht was, vond hij het nodig een bekeuring uit te schrijven. We wachten keurig totdat hij daarmee klaar was, en vertelden hem dat hij nu het verkeerde adres had, want de boete was niet voor de chauffeur maar voor de HIT. Een telefoontje achteraf leerde dat Ko niet opgelet had want er was een vergunning. Over onoplettendheid gesproken…

Nogmaals kwamen wij met de lange arm der wet in aanraking, en wel toen ons oranje racemonster was aangevallen dor een niet toerekeningsvatbare graansilo. De eigenaar van de silo werd het ook even rood voor de ogen. Gelukkig kon met de hulp van de politie het hele voorval via verzekeringen geregeld worden. Een en ander was echter een aanleiding voor een dronken verslaggever van de Drentse en Asser Courant om van de feiten eens een mooie stamppot te prakken en ons daarme te besmeuren. We hebben op het stuk maar niet gereageerd omdat het hele verhaal zo dom was dat het echt niet serieus genomen kon worden. Daarna laat het logboek ons in raadselen tot aan de start van het nieuwe seizoen. Omdat mij hier echter het idee bekruipt dat u bij het horen van het woord jaarverslag waarschijnlijk denkt aan een verslag over twaalf maanden, zal ik proberen nog wat feiten boven op de bodem van mijn heldere verstand te wroeten. Laat eens zien… O ja Koninginnedag, en wel door een prachtig ontwerp voor een grote toren ten uitvoer te brengen op het Koopmansplein. Helaas hielpen er ook mensen van andere groepen mee zodat onze allesomvattende kennis over het bouwen van torens op grove wijze teniet werd gedaan. Gelukkig is er nergens een foto gepubliceerd van het gedrocht dat het resultaat was van onze gezamenlijke inspanningen.

Vervolgens stuit ik op het NPK, het 61e NPK wel te verstaan. Het thema was Frankrijk, en de opbouwdagen deden wat de temperatuur betrof ook wel een beetje aan de Mediterrance denken. Op vrijdag ontstonden op sommige plaatsen zelfs complete stofstormen toen al die grapjassen met hun alternatieve pinksterbesteding het terrein op trokken. Stamleden met stofkorsten en zweetstroompjes waren schering en inslag, want er werd hard gewerkt. Het weer veranderde echter tijdens het kamp zelf, de weergoden dachten ons ook een stukje Vogezen-in-de-herfst-weer voor te schotelen. Hierdoor vielen enkele aktiviteiten letterlijk en figuurlijk in het water. Gelukkig bleven de gezellige avonduren waarin wij traditiegetrouw gezamenlijk de kwaliteit van de Scoutingvariant van de franse Beaujolais-primeur testten. Deze werd als goed ervaren. Na het MPK restte ons de taak om het hele Kniphorstbos weer achter te laten zoals het was voordat de horde krepeerlustige padvinders er neerstreek. Ik geloof dat dat wel gelukt is. Genoeg nu over het NPK5 de volgende grote Scoutinghappening vraagt onze aandacht: de Wereldspelen voor Gehandicapten. Van de AVD waren er zes weken lang mensen aan het werk op het scoutingterrein, en dat moest ook wel, want wij hadden de technische dienst en het terreinbeheer toegeschoven gekregen. Dit bleek een veelomvattende klus te zijn. Wij waren onder andere verantwoordelijk voor de info-stand, de beveiliging, de schoonmaak van terrein, douches en toiletten en we beheerden de camping, waarvoor we ook de ordedienst en wekservice waren. Ziedaar een pakket dat we echt wel druk genoeg vonden. De eerste tijd verschaften we onszelf bovendien extra werk door een zeer afwijkende manier van toiletten en douches schoonmaken. Men had ons namelijk een hoge-drukspuit gegeven, en die zijn leuk om ze te werken, met als gevolg dat we ze ook voor de keten met sanitair gebruikten. Daarbij was over het alge- meen van ondergeschikt belang of er mensen in de keet aanwezig waren. Wij vormden een ware hogedruk-maffia. Toch bleek het sneller te kunnen en na een korte instruktie werden de keten snel schoon en bleven ook langer schoon. Zoals gezegd, ook de bewaking was in onze handen. Als echte kleine dictatortjes, met portofoons en zaklampen uitgerust joegen we dieventuig, vandalen, relschoppers en zware criminelen en insluipers van het terrein af alsof het niets was. Deze duistere figuren kwamen namelijk als vliegen op de stroop af als ze hoorden dat er weer een feest gaande was op het scoutingterrein. Eens per twee avonden probeerde de ganse scoutingpopulatie, die ongeveer 900 man cq vrouw groot was, door de vloer van de feesttent te zakken door me te hossen op de klanken van een band of een drive-indiscotheek. Ettelijke keren wist de vloer zich niet te handhaven en begaf het onder al dit geweld. De volgende dag kwamen er dan weer een paar verveelde timmerlieden extra balken plaatsen en iedereen vroeg zich af hoeveel moeite het zou kosten om de vaklui over twee dagen weer een reisje te kunnen laten maken naar de padvindertjes. Eerlijkheidshalve moet gezegd worden dat dit niet de enige drijfveer was; anderzijds probeerde men ook om de brouwerijen van Oranieboom droog te krijgen. Dit inspireerde sommigen bovenmatig. Een rowan van de Johannes Post maakte aan Marcel op wel heel bijzondere wijze zijn liefde bekend. Het taalgebruik belt mij de geuite frase nog te herhalen, misschien dat het slachtoffer u zelf iets over de gang van zaken kan vertellen. Het drankgebruik zorgde ook voor vreemde klaterende geluiden tegen Tank-jans tent en in combinatie met de maaltijden was het de oorzaak van het feit dat de broertjes Huizing met de tent open moesten slapen om nog wat frisse lucht te krijgen. Verdere spectaculaire gebeurtenissen: twee maal een onaangekondigd bezoek van het koninklijk huis, de enige aankondiging bestand uit het feit dat er een kwartier vantevoren ineens een geagiteerde campingbaas voorbij kwam rennen die als een wilde overal rommel tenten in gooide om deze vervolgens hermetisch af te sluiten voor het geval de hoogheden zich in het hoofd mochten halen om even een wandelingetje over het terrein te maken, hetgeen zij inderdaad beide keren deden. Ook zagen wij een vuurspuwer en geregeld verdwenen er ‘s nachts tien mensen van de barploeg in een enkelen taxi om in Assen-city nog even de goede afloop van de avond te vieren. Al met al een onvergetelijk kamp met veel goede herinneringen.

Zij die met de stam welbekend zijn, hebben misschien al het verslag van het traditionele slotweekend gemist. Welnu, door organisatorische redenen werd dat een beginweekend en het leidde de stam naar Maastricht in Limbabwe, land van de Pietersberg, champignons en van streken met een accent dat je je ergste vijand niet toe zou wensen. Wij deden de gekste dingen, gingen zowaar uit met een stropdas voor en hielden een spanende rallye door het Centrum van Maastricht, waarbij ettelijke keren mensen bijna de achterste delen van auto’s in handen van de plaatselijke busonderneming achter moesten laten. Meteen een week later togen wij vol goede moed naar de houtlaan om daar eens een weekendje te viadukten over het reilen en zeilen en functioneren en nut en doel van de stam, en nog veel meer aanverwante zaken. Een leerzaam weekend waarin we ontdekten hoe andere mensen tegen bepaalde zaken aankijken. Daarna kwam eind september de Scout-in, een tweejaarlijks evenement voor leidingen en stammen. Deze zou een een try-out zijn voor de wereldjamboree die in ’95 op hetzelfde terrein gehouden zal worden. Hopelijk wordt daar een en ander echter beter georganiseerd, want deze Scout-in was een slagveld. Ondanks dat (en misschien soms wel juist daarom) hadden we veel plezier. Toen men ons de eerste keer niet binnen wilde laten met de vrachtauto, dreigde een dik kereltje onze banden lek te steken als we door zouden rijden. Wij zeuren, hij bellen, en zowaar mochten we doorrijden. Dat deden we dan na vijf minuten ook nadat we hem verteld hadden dat we hem lek zouden stek als hij zo moeilijk bleef doen. Dat leek hem niets, dat zag je zo. Toen we voor de zoveelste keer niet binnen gelaten werden, ging Jan even een plasje plegen. Een andere poortwachter wilde het oranje monster echter uit de weg hebben, we moesten na tien minuten gewacht te hebben nu ineens zo snel mogelijk weg. De bewaker vroeg aan Jan waar de chauffeur van het vehikel was, en Jan antwoorde dat hij dat niet wist. Natuurlijk kon ook niemand anders het ding wegrijden, dus duurde het nog even. Onnodig te zeggen dat wij ons vermaakt hebben lijkt mij. Als klapper verplaatsen we bovendien een tent door hem op te tillen en de vrachtwagen eronder te rijden. Dat trok veel bekijks en leverde een boel leuke reacties op. Aan het eind van het jaar bracht de sint ons nog van alles, kadoos varieerden van zeep via enge hulpstukken en een gewillige naakte barbiepop voor de ou-baas tot een seksencyelopedie en textielverf. Tot zover het verslag van de bijzonder opkomsten, er werden natuurlijk ook nog gewone opkomsten gedraaid. Om even een greep te doen: triviant, een volleybal-training, een rolstoelbasketbal-training, her en der werd nog wat tussendoor geëvalueerd, er waren pow-wows over het kadaster, over postzegels, over nieuws en censuur, een er gebeurde meer… Vraagt u tijdens de koffie gerust een stamlid…

Ik dank u voor uw aandacht!!!

Johan Kuiper, 5-01-1991

Reageer

Je moet ingelogd zijn om te reageren.

Vandaag / Jarigen

  • 14-08 - Opruimen JubJam
      • 28-08 - Pow-Wow

Heb je zin in het NPK?

Bekijk antwoorden

Loading ... Loading ...

Uit ons foto album

Inloggen