Close

Direct inloggen Koppel met je social network.

lock and key

Meld je aan.

Account Login

Wachtwoord vergeten?

Jaarverslag 1983

Beste aanwezigen. Evenals vorige jaren is het mij een waar genoegen u allen te vergasten op een verslag van datgene wat de stam in het pas vervlogen jaar zoal heeft ondernomen. Graag had ik hiervoor steun gezocht bij ons stamlogboek maar dat verlangen werd al snel gedwarsboomd door één van de vele stamtradities. Deze wil namelijk dat het zo goed als onmogelijk is een logboek vol te maken zonder dat het op z’n minst één keer spoorloos verdwijnt.
Zo moeten we konstateren dat het laatste verslag dat we in dit boekwerk aantreffen dateert van 22 januari 1983. We kunnen das met recht zeggen dat degene die zich op dat moment over de stamannalen heeft ontfemd, dit met een zeer grote voortvarendheid heeft gedaan en we kunnen ons afvragen of deze ijver niet wat al te groot is geweest. Hoe dan ook, een verslag van onze aktiviteiten in het afgelopen jaar zal dus zonder twijfel wel eens in aanvaring komen met de historische werkelijkheid maar een kniesoor die daar op let zullen we maar zeggen. Wat nu dus volgt is een zeer globale blik op het stamgebeuren in het jaar 1983.

Als we dan dat afgelopen jaar eens wat nauwkeuriger bekijken dan zien we een drietal hoofdlijnen in Cd aktiviteiten: zo waren daar de gewone stamavonden (alhoewel: wat is gewoon bij de stam?). In de tweede plaats de diverse kampen en tenslotte de andere buitensporige aktiviteiten.
Laat ik, maar beginnen met zo’n gewone stamavond en proberen u een indruk te geven van wat zich op zo’n avond afspeelt. Bij zo’n gelegenheid is er één stamlid dat het programma in handen heeft. Hij opent de avond en is gespreksleider. Het is dan aan hem een onderwerp te presenteren dat hem na aan het hart ligt en waarvan hij denkt dat het eventueel ook de andere stamleden zou kunnen interesseren. Tot zover het variabele gedeelte van de avond. Daarnaast kent een stamavond ook vele vaste punten. Hoe het een en ander in z’n werk gaat zal ik u nu proberen te beschrijven maar ik moet er meteen bij zeggen dat het meestal een onbeschrijfelijk gebeuren is, vaak een onbeschrijfelijke chaos om precies te zijn maar dat detail even tussen haakjes. De stam vangt aan des zaterdagsavonds om half acht. Zodoende druppelen zo tegen acht uur de eerste stamleden binnen. Zij moesten eerst nog even Toppop, de Dukes van Hazzard of het A-team zien(afhankelijk van de programmering van de avond). Op die manier kunnen we dus, als alles meezit, punktueel zo rond kwart over acht openen. Eerst komen dan de koffie, de ingekomen stukken en de koekjes aan bod. Terwijl de koffiekopjes door de lucht vliegen op weg naar de respektievelijke stamleden brengt deze of gene een voor de stam al dan niet belangrijk punt ter tafel waarover iedereen wel meent iets te moeten zeggen en, als het even kan allemaal op hetzelfde moment.

Ik zag u net wat vreemd kijken toen ik het over die vliegende koffiekopjes had. Ter geruststelling… de koffie komt er pas na de landing in. Zijn alle lopende zaken afgewerkt of op de lange baan geschoven dan kan het programma beginnen. Er kunnen daarin zaken aan de orde komen die varieren van uiteenzettingen over windsurfen en wijnproeven tot diepzinnige beschouwingen over drugs, demokratie en de aktuele politieke zaken. Daartussenin zweven dan verhalen over elementaire deeltjes en uitgebreide woordenwisselingen over de vraag of water al dan niet samendrukbaar is. Zoals u ziet is niets ons te dol om ons toch maar vooral te ontwikkelen. Meestal is de inleiding die verzorgd wordt niet erg lang want al snel weet iemand het beter en barst de diskussie in alle hevigheid los. Het enige wat dan zeker is, is dat we het nooit met elkaar eens worden. Als ik het net al had over vaste ingrediënten van een stamavond, dan is dit er zeker één, overigens wel tot ieders tevredenheid. Zo’n gewone stamavond eindigt meestal in een genoegzaam samenzijn rond de open haard, een ieder voorzien van een versnapering maar een enkele keer willen we ook wel eens in een plaatselijke horekagelegenheid belanden. Al met al heel gewoon dus. De heren van Pisa zouden er blij mee kunnen zijn.

Net als de gewone man wordt echter ook de gewone stamavond zeldzaam vanwege onze andere aktiviteiten die ik daarstraks samenvatte onder de noemer kampen en andere buitensporige aktiviteiten. Een aantal keren per jaar verdwijnt de stam in de bossen om zich eens in de gezonde buitelucht te gaan storten. Meestal kombineren we dat dan met wat ondersteunende aktiviteiten. Dit jaar manifesteerden we ons op nationaal niveau tijdens de HIT in Dwingeloo en op de Scout in te Ommen. Tijdens het eerste evenement komen grote horden jeugdleden van de vereniging Scouting Nederland rondhollen in de vrije natuur. Het is dan aan onze stam, vaak in samenwerking met de Chaukenstam uit Groningen, om al deze jongelieden zo her en der een helpende hand toe te steken. Tijdens de Scout-In gebeurt ongeveer hetzelfde … maar dan heel anders. Het gaat op deze manifestatie om alle leiders en leidsters uit den lande die zich een lang weekend lang vol komen gooien met inspiratie om de wekelijkse bijeenkomsten met die jeugdleden van daarnet tot een succes te doen worden. Sommigen halen die inspiratie uit de her en der aangeboden ideeën, suggesties en tips. Anderen hebben daaraan niet echt genoeg en putten hun inspiratie uit een drankje en daar, begint onze rol in het gebeuren. Wij waren namelijk voor een groot deel ingezet als barploeg, het een en ander tot volle tevredenheid, niet in het minst die van ons zelf.

Al jaren staat met hoofdletters het Noordelijk Pinksterkamp in ons programma genoteerd. Voor de 54e keer werd dit kamp gehouden. Of onze stam ook al die 54 keer acte de présence heeft gegeven weet ik niet, wat ik wel weet is dat de aanwezigheid van de AvD-stam een duidelijk merkbaar feit is in de tegenwoordige NPK’s.
Onze werkzaamheden in dit kamp bevinden zich in het opbouwende, afbrekende en transporterende vlak. Tevens hangt de stam in zekere mate de beest uit in de dagen dat er niet opgebouwd, afgebroken of getransporteerd hoeft te worden. Ondanks de overvloedige hoeveelheden hemelwater dit jaar toch een goed kamp geweest dacht ik zo.

Snel verder naar ons volgende buitengebeuren, ons zomerkamp. Voor de tweede maal in drie jaar sloeg de stam z’n tenten op in het Franse. Eigenlijk moet ik niet zeggen z’n tenten maar z’n tent want we hadden slechts één tent bij ons. Maar dan wel een met een oppervlakte van een slordige vijf bij tien meter. Het lijkt me niet nodig uit te leggen dat onze entrée op menige kamping niet bepaald onopgemerkt bleef. Laat ik eens een poging doen u zoiets een beetje voor de geest te halen. Een ‘Franse kampingbeheerster ziet een wit busje het terrein oprijden. Twee heren komen vragen of er plaats is voor een groep padvinders. 0, wat leuk zegt de dame, padvindertjes. Nou, zeggen beide heren, met in hun achterhoofd het stel kannibalen dat nog in de bus zit, zo klein zijn ze nou ook weer niet. Geeft niet zegt de dame, hoeveel personen en hoeveel tenten? Negen personen, één tent, 0, even blijft het stil. De dame blijkt niet voor een kleintje vervaard, verschiet slechts één tint van kleur en wijst ons haar grootste plek. De kampeerders die de pech hebben rond die grootste plek te staan zien dan even later hetzelfde busje. Dan gaat alles opeens heel snel. Uit het busje rollen negen types, allemaal gestoken in de meest fantastische vakantieoutfit. Verder volgen een bruin pakje en een kistje. Deze attributen blijken de ingrediënten te zijn voor een reusachtige tent. Sommige kampeerders komen al verontrust vragen of dit misschien een cirkus is. Nu begrijpt u dus ook al dat we niet direkt onopgemerkt aankwamen. Wat zegt u? Wat we zoal in die veertien dagen gedaan hebben? Wel, we hebben een groot deel van west Frankrijk doorkruist en zodoende onze blik op de wereld verruimd want ze zeggen dat dat met je ge beurt als je reist. Wat er verder met je gebeurt als je met de stam reist? Nou, eigenlijk niet zoveel schokkends: als echte toeristen slenteren we door steden en dorpjes; als echte toeristen stellen we ons op de hoogte van de lokale gewoontes, met name die in de horekagelegenheden en de aanhalende terrasjes. Tenslotte tellen we als echte hollandse toeristen overal de rekening na. Tot zover het kampgebeuren voor dit jaar.

Zoals afgesproken zal ik u nu het één en ander vertellen over andere buitensporige aktiviteiten die op ons programma hebben gestaan. Omdat ik eigenlijk net nog over het zomerkamp sprak kan ik nu mooi even een happening memoreren die nauw met dat kamp te maken heeft gehad. Met als doel het spekken van de zomerkampkas, het vakantiefonds AvD, werd tijdens de TT-week wederom Antonio’s worstpaleis opgericht, teneinde zoveel mogelijk hongerige TT-gangers een kleine bijdrage te laten leveren aan dit fonds. dit alles in ruil voor een broodje vlees van dubieuze samenstelling. Een wel zeer buitensporige aktiviteit was het gebeuren rond onze stamvrachtwagen. Mocht ik u bij gelegenheid van het vorige nieuwjaardiner al de aankoop van een nieuwe vrachtauto melden, nu kan ik u allen meedelen dat deze wagen inmiddels is verbouwd tot stamvrachtauto, dat wil zeggen dat er onder leiding van de zogenaamde vrachtautomaffia een bak opgebouwd is en dat de wagen in de stamkleuren-oftewel het felste oranje uit de verfkatalogus-is gespoten. Vele uren sleutelwerk zijn er in deze auto gestoken maar dit alles is eigenlijk al oude koek, want sinds april heeft ons wegmonster al vele kilometers gevreten. Dat dat niet altijd even snel gaat blijkt uit een notitie in het autologboek, waar met dik onderstreepte hoofdletters genoteerd staat dat wij nu eens een andere weggebruiker ingehaald hebben. Als extra bijzonderheid kan nog gemeld worden dat we ons zelfs in het internationale wegtransport gestort hebben middels ritjes naar onze oosterburen. Zelden heb ik eigenlijk een klubje Jongelieden zo fanatiek met een speeltje bezig gezien. Wie aan de auto komt, komt aan de stam. Een extra afwijking zou je kunnen zeggen, bovenop die van het Scout-zijn, maar wel een prettige afwijking daar kunnen we het dacht ik wel over eens zijn.

Een andere opvallende gebeurtenis in het afgelopen jaar had ook met wielen te maken: de 24-uursrace oftewel hoe een twintigtal zo op het oog redelijk bij hun verstand zijnde mannetjes zich 24 uur lang met een stuk kinderspeelgoed vermaakt. Maar goed, al vroeg in de wereldgeschiedenis wist men te melden dat de armen van geest het gelukkigst zijn en degenen die in persoon bij ons speelgoed- autofestijn aanwezig zijn geweest kunnen die oude waarheid alleen maar bevestigen. Het was leuk en dat was het. Mocht u door het voorgaande zijn gaan denken dat het leven en de gedachten van de stam beheerst worden door vier of meer wielen dan hoop ik dat in het volgende toch enigszins te bestrijden. Ieder jaar nemen we minimaal één keer de benenwagen ter gelegenheid van ons jaarlijkse modder-en snertfestijn oftewel onze dropping. Voorzien van z’n hele voorraad lange onderbroeken, oorwarmers en gebreide dassen begeeft de stam zich dan door de drentse dreven om een aantal kilometers af te leggen, het liefst dwars door en over alles heen, want kompasrichting is kompasrichting nietwaar? Overbodig eigenlijk om te zeggen dat dergelijke spektakels altijd eindigen in een zeer genoegzaam samenzijn. Misschien wel vanwege tijdens zulke droppings opgelopen frustraties werd besloten aan het begin van het jaar-in februari om precies te zijn – een tocht te organiseren voor leiding en stammen uit het noorden des lands, zoals dat zo mooi heet. Het moest een tocht worden waar de honden geen brood van zouden lusten en dat is het geworden ook. Naarmate de tocht vorderde zagen de posthouders in hun komfortabele en verwarmde auto’s steeds minder deelnemers passeren. Geplaagd door de kou en allerlei verwensingen mompelend gaven onze slachtoffers er in grote groepen de brui aan. Slechts een enkeling wist zich over de eindstreep te slepen. “Hadden ze de folder maar beter moeten lezen”, gniffelden de AvD-ers. “we hadden toch gezegd dat het zwaar zou worden?”. Beste mensen, ik denk dat mijn bijdrage aan de feestvreugde hier z’n eind gaat naderen.

Misschien niet helemaal kompleet, toch een aardig beeld van het afgelopen jaar dacht ik. Terugkijkend op dat jaar is het naar mijn bescheiden mening niet overdreven te spreken van een goed jaar geen jaar van stilzitten bij de kachel en zo hoort het ook. In de hoop dat dit vers begonnen jaar er net zo uit zal gaan zien wil ik dit verslag besluiten. Dank u.

Erik Post
januari 1984